Menu

“Niet schrikken, de jeugd krijgt altijd gelijk”


KERSTESSAY

TUSSEN APENKOPPEN EN KROKODILLEN


Deel II. De Veranderaars

© Anne Caesar

Come mothers and fathers throughout the land
And don’t criticize what you can’t understand
Your sons and your daughters are beyond your command
Your old road is rapidly agin’
Please get out of the new one if you can’t lend your hand
For the times they are a-changin’!

—Bob Dylan (79 jaar)

 

Straks is het dan toch zover in het Land van Hope en Glory. Middenin een pandemiestorm van muterende virussen, jaren nadat 51,89% van hen op een druilerige junidag in het pre-coronatijdperk anno 2016 stemden voor “leave”, wordt de Brexit ook in de praktijk een feit. De Britten huppelen de White Cliffs of Dover af met de halsstarrigheid van een bende lemmingen (en wat Boris Johnson betreft, ook de haarstijl). De breuklijnen tussen pro en contra lopen duidelijk langs de generaties. Van de -25-jarigen stemde driekwart tegen, van 65-plussers stemde 60% voor. De uitslag werd een fuck you van de oudere generatie naar de jongere genoemd. De grijze lemmingen sleuren de jongeren bij hun nekvel mee de afgrond in.

Dit keer waren het de ouderen die met hun demografische overwicht een kentering in gang zetten, zij het een terugkeer naar (een droombeeld van) vroeger. Een contrarevolutie dus, tégen verandering. Je kan je afvragen wat het huidige electoraat van dit referendum vindt. Intussen zijn we vier en een half jaar en een coronapandemie verder. Op die tijd zijn er ruwweg 3 miljoen oudere, vooral leave-stemmers, gestorven en 3,5 miljoen achttienjarige, vooral remainers, bijgekomen. De Royal Statistical Society berekende dat bij ongewijzigd stemgedrag de uitslag in 2022 zou omslaan in het voordeel van remain. Wellicht zelfs vroeger, een poll van de BBC toonde aan dat de Brexitkloof tussen jong en oud in 2018 nog breder geworden was.

Dit soort regressies vormen de uitzondering. Niet de oudste, maar de jongste generaties zijn steevast de drijvende kracht geweest achter de grote omwentelingen van de afgelopen eeuw. Jongelui leiden technologische revoluties —Bill Gates, Steve Jobs en Mark Zuckerberg waren slungelige, prille twintigers toen ze de wereld veranderden— en sociale revoluties al helemaal. Er is al wat afgemopperd op klimaatspijbelaars, maar de burgerrechtenbeweging van de jaren ’50, de protesten tegen de Vietnamoorlog, de studentenrevoltes van mei ’68, de studentenbetogingen op Tienanmen in Peking en recent die in Hong Kong en Istanbul, de Arabische lente, ze werden allemaal aangevuurd door jongeren tegen de oude, gevestigde waarde. Niet door alle jongeren, weliswaar. In 1969 protesteerden eveneens tienduizenden jonge conservatieven in Miami en Baltimore tegen de verloederende zeden en voor meer fatsoen nadat Jim Morrison zijn piemel zou hebben laten zien op een podium. (Mogelijks haalde Jan Fabre hier de mosterd.) Ironisch genoeg eindigden sommige van deze Decency Rallies in nogal onfatsoenlijke relletjes. ’t Is ook altijd iets met de jeugd.

Ook de jongste generaties staan met Black Lives Matter en de Klimaatbetogingen weer stevig op de barricades. Persoonlijk heb ik het idee dat mijn eigen Generatie X in de nineties wat achterop hinkte qua demonstraties, zeker na de megabetogingen tegen kernenergie en raketten in de jaren ’80 (met 400.000 nog steeds de grootste ooit in ons land). Er was natuurlijk de Witte Mars naar aanleiding van de Dutroux affaire, maar dat was toch eerder een algemene optocht (er was geen tegenbetoging, zeg maar).

De Jukebox der Protest

Niets beschrijft een jongerencultuur beter dan haar muziek. De nummers die een tijdperk definiëren, spreken boekdelen. Reis even mee door deze Pré-historie van protestsongs: In 1939 zingt de dan 24-jarige Billie Holiday Strange Fruit, een gruwelijke song over lynchpartijen dat misschien wel het meest beklijvende protestlied ooit is. Woodie Guthrie plaveit later de folksongweg voor Bob Dylan (die zelf ontkent protestzanger te zijn, ondanks parels als Masters of War en The Times They Are A-Changin’). Nina Simone neemt de sixties over met Mississippi Goddam en Four Women. Creedence Clearwater Revival fileert de Vietnamoorlog met Fortunate Son. John Lennon sluit de sixties af met Give Peace a Chance en Imagine.

Gil Scott-Heron staat in het begin van de seventies aan de wieg van een nieuwe rap-stijl met het hypnotiserende The Revolution Will Not Be Televised. De heavy metal band Black Sabbath bombardeert de wereld met luchtsirenes in War Pigs. Bob Marley and The Wailers laten reggae een duit in het zakje doen met Get Up, Stand Up en Pink Floyd de psychedelische rock met o.a. Another Brick in the Wall (Part 2). Rock en Punk nemen de toorts over met de Dead Kennedy’s (Holiday in Cambodia), de Sex Pistols (God Save The Queen) en Bruce Springsteen (het stelselmatig misbegrepen Born in the USA). In de jaren ’80 wordt hip hop hét nieuwe protestgenre met o.a. het iconische The Message van Grandmaster Flash & The Furious Five, Fight the Power van Public Enemy en het iets minder diplomatische Fuck Tha Police van N.W.A. Metalband Metallica scoort een hit met One, een nummer over een uiteen gereten soldaat aan het front in WOI.

In de nineties blijft er niet veel over van de militante protest songs van de jaren 60 en 70. De jongens van Rage Against The Machine steken nog peper in de revolutionaire reet met Killing in The Name. (Een van hun video’s, ‘Sleep now in the Fire’ uit 1999 voorspelt zelfs het presidentschap van Donald Trump, toen nog als grap bedoeld). En Zombie van The Cranberries brengt de Noord-Ierse Troubles in herinnering. Maar mijn nineties lijken toch vooral samengevat door Mylène Farmers (Génération) Désenchantée; de ontgoochelde generatie. Het album met Kurt Cobains hymne van Generatie X, Smells Like Teen Spirit, is letterlijke getiteld: “Laat Maar Zitten” —“Nevermind”. De (Amerikaanse) hitlijsten van de jaren ’70 werden nog aangevoerd door de Bee Gees en Elton John. De best verkochte platen in de jaren ’80 waren Michael Jacksons “Thriller” en Pink Floyds “The Wall”. En de nineties? Wel… ahem… naast Alanis Morissette’s Jagged Little Pill waren best verkochte platen in de VS: Millennium van de Backstreet Boys en de soundtrack van Titanic. En u dacht dat 2020 suckte? Het was reikhalzend uitkijken naar de ijsberg. Generatie Nix-op-de-radio. “I hate myself and want do die”, zong Cobain, en hij knalde op zijn 27e met een jachtgeweer zijn teenage Angst all over the floor.

Misschien had Fukuyama toch een punt dat de geschiedenis eindigde na de Koude Oorlog. Het kon materialistisch gezien niet op in de nineties en zonder miserie geen goede muziek, waarvan getuige de blues. Althans, voor bepaalde groepen toch. De gangsta rap die het nieuwe millennium mee binnenstormt op de vleugels van de rellen in Los Angeles na het politiegeweld op Rodney King in ’92 (de George Floyd van toen) toont een donkerdere kant van die periode.

Bij de aanvang van dat nieuwe millennium was de geschiedenis terug. Antiglobalisten maken bonje, indignado’s en occupy wall street bezetten de straten. De Arabische lente davert van de Magreb tot het Midden-Oosten. De protestsongs evolueren van anti-oorlog en kritiek op het neoliberalisme naar thema’s als feminisme en girl power met Beyoncé’s Run The World (girls) en LGBT-rechten zoals Lady Gaga’s Born This Way. Al hadden George Michael (Outside) en Queen (I Want To Break Free) al wel een aanzet gegeven. Helaas eindigen de laatste platen in dit overzicht in de jaren ’10 opnieuw waar het begon, met Black Lives Matter. Op muziek gezet door o.a. Kendrick Lamars Alright en This Is America van Childish Gambino. De lynchpartijen zijn dan wel voorbij, maar het geweld voorlopig nog niet.

Planeet Revolutie

Eigenlijk is het indrukwekkend hoe de massale nationale Protesten uit de jaren ’70 en ’80 georganiseerd raakten, nog voor er zoiets als Facebook of zelfs een gsm bestond. Men deed het puur met kettingbrieven, affiches en flyers. Jongeren vandaag zijn wereldwijd met elkaar geconnecteerd . Ze staan meer in verbinding met generatiegenoten uit een ander continent dan met de oudere generatie van hun eigen land. Hun protesten worden zo globaal en invloedrijker. Zo lanceerde de zelfverbranding van een 26-jarige, Tunesische fruitverkoper een reeks opstanden in de hele Arabische wereld. De dood van George Floyd in Minneapolis bracht duizenden mensen op de been aan de andere kant van de planeet in Amsterdam en Parijs die dezelfde slogans riepen. Zo vond ook het nieuwe extreem rechts, alt-right, elkaar online. En zo kon één klein tienermeisje uit Zweden een rimpeling veroorzaken die een wereldwijde klimaatbeweging werd. U mag met uw ogen rollen zoveel u wil over boze Greta, het was wel een kind van 15 met een stuk karton en een viltstift dat op een paar maanden tijd de meest gehoorde stem ter wereld werd, speechte voor de Verenigde Naties, klimaat prominenter op de politieke agenda kreeg dan Greenpeace of miljonair en vice-president Al Gore en vorig jaar door Time Magazine werd uitgeroepen tot Person of the Year. Ze wordt volgende week 18. Wat heeft u zoal gedaan gedurende die tijd?

Cynici roepen graag dat de klimaatmarsen gefaald hebben. Dat de Arabische lente mislukt is. Omdat het even niet meer trending is op Twitter. (De Franse Revolutie ook niet trouwens, en die had nog meer tijd nodig.) Ze vergeten de onuitwisbare indruk die die protesten hebben gemaakt op wie erbij was. Wanneer de jongere generaties de oudere vervangen, liften splinters van die jonge idealen mee in het vlees van de nieuwe volwassenen.

Vooruitgang met de V van Verandering

Als jongeren meer begaan zijn met de toekomst, zijn ouderen dat meer met het heden; de “bestaande toestand” —of in het Latijn: de “status quo”. Wie macht heeft, wil geen verandering (meer). Dat geldt voor individuen, politieke groepen en ja, ook generaties. Daarom ligt de sleutel bij de debutanten. Vooruitgang kan niet niet zonder verandering. En waar de mens niet tegengehouden wordt, zal hij vooruitgaan. In weerwil van wat die cultuurpessimisten uit Deel 1 al millennia lopen te grommen, was het vroeger niet beter. Later wordt het beter. Dat is het objectief gezien altijd geweest. Niet vanzelf, niet op de korte termijn en niet zonder slag of stoot, maar vooruitgang ligt in de biologische aard van de mens. Het heeft ons gebracht waar we vandaag staan.

In “Vooruitgang” (2016) haalt Johan Norberg “The European Miracle” van Eric Jones aan. Hij argumenteert dat het niet zozeer superieure denkers, slimmere uitvinders en beter gerunde bedrijven waren die Europa van een achtergesteld gebied de industriële revolutie in katapulteerden, maar net het onvermogen van Europese elites om veranderingen tegen te houden. Duizend jaar geleden lag Europa mijlen ver achter op China en de Arabische wereld op vlak van wetenschap, wiskunde, techniek, filosofie… zowat alles eigenlijk. Maar de wereld verandert. En in tegenstelling tot het centraal geleide China dat zich tijdens Ming-dynastie van de buitenwereld isoleerde of de Arabische wereld die na de Mongoolse invasies op zichzelf terugplooide, was er in Europa geen centraal gezag dat sterk genoeg was om vooruitgang en exploratie tegen te houden. De elites waren simpelweg politiek, taalkundig en geografisch te versnipperd. Zelfs toen de Europeanen een systeem van natiestaten bedachten, bleven ideeën, technologie en kapitaal zich van staat naar staat verplaatsen waardoor die laatsten met elkaar moesten concurreren en tot modernisering gedwongen werden. Mede zo werd Europa en niet het gedoodverfde China het continent waar de Industriële revolutie zich voltrok. (Kolonialisme, imperialisme en slavernij deden de rest…)

Voorzichtigheid blijft geboden, zeker op korte termijn. Vooruitgang is niet vanzelfsprekend. Ze wordt op elk vlak (economisch, sociologisch, filosofisch, medisch, … ) gestuwd door een toename in wetenschappelijke kennis, vrijheid en samenwerking. De grootste bedreiging voor de vooruitgang zijn angst voor het onbekende en behoudsgezinde krachten die verandering tegenhouden. Op korte termijn de antivaxers, op middellange termijn de extremisten: islamisten en nationalisten, op lange termijn de klimaatontkenners. Maar zolang generaties elkaar opvolgen, zullen deze bedreigingen demografisch het onderspit delven. De toekomst is, letterlijk, aan de jeugd.

Panta Rhei

Verandering is onvermijdelijk. Ook dat wisten de mopperende oude Grieken uit het vorige hoofdstuk al. Panta rhei; alles stroomt. Om biologische redenen alleen al. Zolang de onsterfelijkheid nog niet ontwikkeld is in een obscuur biotechlab in Wuhan, zal de oude generatie immer afsterven en vervangen worden door de jongere. Het is één van de mooiste stukken uit Charlie Chaplins beroemde speech in The Great Dictator waarin hij zijn hoop in de toekomst verbindt aan de sterfelijkheid van de mens (meer bepaald die van dictators): “So long as men die, liberty will never perish.”

Zoals de data van het Pew Research Centre aantoont, loopt de beweging op lange termijn altijd in dezelfde richting: meer vrijheid, gelijkheid en tolerantie —de waarden van de jongste generatie. Hun standpunten worden bij het volwassen worden gematigder, maar ze slaan niet helemaal om. Homorechten, rassendiscriminatie of meer democratische vrijheden. Het kan een leven duren, soms langer, maar tegen de tijd dat ze bejaard zijn, krijgen jongeren eindelijk hun zin. Die van Groot-Britannië zullen gewoon nog wat geduld moeten oefenen.

___

De Standaard, 27/12/2020

Columns, De Standaard | , , | Reacties uitgeschakeld voor “Niet schrikken, de jeugd krijgt altijd gelijk”
© 2021 - Michael Van Peel