Menu

Appel en ei

Maandag heb ik nog eens mogen optreden. Mijn eerste in vijf maanden, en het zal het enige zijn deze zomer dat niet werd afgelast. Ik had het geluk dat het in Herent was, 10 kilometer voorbij de arbitraire provinciegrens van het nieuwe Molokai van Vlaanderen, waar lepralijders jammerend hun handen in de Schelde werpen. Één steenweg dichterbij, en ik was even welkom geweest als een donkergekleurde dagtoerist in de tuin van Graaf Lippens.

Dinsdag kwam de Kamercommissie Binnenlandse Zaken speciaal uit zomerreces voor een debat. Dat was hoogdringend, er was aan zee immers een parasol gesneuveld en veel van de amokmakers waren bruin gekleurd. Niet het soort bruin met grijze haren, roze polo en beige bermuda dat met hun golfkar badsteden onveilig maakt, maar het soort dat men in Brussel wel eens ziet rondlopen en dat sociale media doet aanbranden. In de Wetstraat geurde het naar sappige steekvlammen, als lekkend vet op een hete BBQ. Bon, het was dus dringend.

Diezelfde ochtend hadden enkele versmachtende bedrijven uit de evenementensector de zoveelste noodkreet gelanceerd onder de hashtag “Sound of Silence”. Na vijf maanden sectorlockdown en twee annulatiegolven dreigen 80.000 mensen op de fles te gaan. In de Wetstraat moet iedereen braaf zijn oordopjes in hebben gestoken, want voor de zoveelste keer viel die kreet in dovemansoren. Tja, die parasol hè. En die bruine mannen!

Een half uurtje aflap in Blankenberge was voldoende om het land op stelten te zetten, terwijl 80.000 mensen die intussen al vaker in de poes genaaid werden dan de gemiddelde Temptation-verleidster, op hun eigen kin mochten kloppen. De impact van deze tot voor kort zeer goed draaiende sector op de economie is nochtans aanzienlijk. Tot tweemaal toe werden organisatoren en artiesten verplicht om hun optredens te annuleren en hun zalen te ledigen. Sommigen overleven op een overbruggingsrecht maar de geleden schade werd nooit vergoed. Uiteraard(?) De vanzelfsprekendheid is op zijn minst merkwaardig. Wanneer een boer zijn veld braak moet laten liggen of zijn kippen en eieren moet vernietigen tijdens een dioxinecrisis, vindt men compensatie evident. Wanneer een hittegolf de appels aan de bomen verbrandt, maakt de overheid het mooie weer (goed). U mag brood belangrijker vinden dan spelen, maar ik maak de vergelijking even, omdat de evenementensector 10.000 mensen meer tewerkstelt dan de landbouw.

Misschien ontbreekt het mijn branche niet alleen aan tractors om de ring plat te leggen of parasols om mee te smijten maar ook aan harde economische instincten. “Voor niks gaat de zon op”, zeggen politici al eens graag. “Gratis bestaat niet.” Zo’n quote op de radio klinkt altijd wat vreemd in de oren van een artiest op de terugweg van een of ander gratis benefietoptreden, meestal om een fout van de politiek recht te trekken (gebrekkige financiering van gehandicaptenzorg, medicijnen, scholen, ontwikkelingshulp, etc.). Vreemd ook voor al die vrijwilligers die voetbalclubs, jeugdkampen en buurtfeesten doen draaien zonder daar ooit een cent voor te vragen. Raar voor al die (mantel)zorgers en iedereen die de voorbije maanden zomaar gratis iets voor een ander deed. Die bestaan blijkbaar niet. Ach, ik begrijp wel waar die dog eat dog wereldvisie vandaan komt, als je dagdagelijkse realiteit de quid pro quo wereld van de politiek is waar niemand iets “gratis” doet voor een ander en de afrekeningen slechts een verkiezing verwijderd zijn. Zoiets vormt je wereldbeeld.

Als we de wetten van de vrije markt écht zouden toepassen in de kunsten, zoals bepaalde met overheidsgeld betaalde functionarissen destijds graag blaften naar de subsidieslurpers vanuit hun met belastinggeld betaalde pelouchen zetels in hun dito gebouwen vol dito personeel, was het al lang opgelost. Schaarste drijft de prijs omhoog. Als we de zaalcapaciteit halveren, verdubbelen we gewoon de ticketprijzen. Voilà. Opgelost?

Quod non. Een deel van het publiek is zeker bereid dat te betalen (de golden circle formules bij concerten), maar een meerderheid van artiesten en theaters is niet bereid dat te vragen. Tickets zijn geen goudstaven of vaccins. De meeste artiesten willen net zoveel mogelijk volk bereiken. Liever dus duizend man die één euro betaalt, dan één man die duizend euro betaalt. Toen ze hun inkomsten verloren, begonnen veel artiesten dan maar gratis liedjes en video’s op Internet te zetten.Diezelfde domkoppen zullen de komende tijd akkoord gaan met loonsverlagingen van 50% of meer om toch maar te kunnen spelen. Nog even en we komen zelf in aanmerking als goed doel. Dan kunnen we de komende Warmste Week alle artiesten massaal benefieten laten spelen voor zichzelf. Enfin, optreden dus.

In volle coronacrisis heb ik niemand horen piepen over “de vrije markt”. Zoals Tom Hannes al opmerkte, werden plots overal oude woorden als “burgerzin” en “solidariteit” afgestoft. Dat zijn typisch onbetaalde woorden, synoniemen van “gratis”. Tijdens een crisis is marktwerking geen goed idee.

Geen idee wie het eerste vaccin ontwikkelt, maar laat ons hopen dat het niet Novartis is, die deugenieten van Pia’s medicijn, of we zullen allemaal 2 miljoen euro de man mogen dokken op basis van hun “value-based pricing model”. Want gratis bestaat niet. Dus zullen artiesten weer massaal benefieten mogen gaan spelen voor een verbrande appel en een dioxine-ei. Op Theater aan Zee bijvoorbeeld. Aflap gegarandeerd.


column voor De Standaard, verschenen op 15 augustus 2020

Columns, De Standaard | , | Reacties uitgeschakeld voor Appel en ei
© 2020 - Michael Van Peel