Menu

Jaartje Zonder

‘Ach, we kunnen wel een jaartje zonder’ is een zin die op veel triviale zaken ­toegepast kan worden. Een teambuildingweekend, bijvoorbeeld. Een buitenlandse vakantie. Of in dit land: een federale regering.

Ah, ons eerste wereldrecord ‘land zonder regering’. Weet u nog? Ons Belgische surrealisme ging toen hand in hand met vrolijk cynisme. De wereldpers kwam filmen hoe op 17 februari 2011 tienduizenden landgenoten in alle grote steden de krachttoer van moedige politici vierden met kraampjes, bier en frieten. Kampioen zijn is plezant! Toen al realiseerden wij ons na petities, baardgroei-acties en SHAME-betogingen dat ‘die in Brussel’ er geen hol om geven. Wij zijn de kinderen van een koppel in vechtscheiding dat er zo op gebrand is elkaar pijn te doen dat al de rest moet wijken. Dus gooide de bevolking de handdoek in de ring en sloot zich aan bij het surrealistische circus van de Wetstraat. If you can’t beat them, join them.

Geen hond die het nog interesseert, maar intussen staat de teller alweer op één jaar en twee maanden. Daarmee ­halen we opnieuw de high score-ranglijst, want runner-up Cambodja hield het al voor bekeken na 354 dagen. Slappelingen! Irak is met 289 dagen amper het vernoemen waard. België prijkt bovenaan met 541 (vijf-honderd-één-en-veertig) dagen, en nu dus ook op de tweede plaats met vooralsnog 426 dagen van onverschilligheid, sorry, politieke spelletjes, euhm, superbelangrijke ­formatiegesprekken. Tegen 2024 is heel de top drie van ons. Overigens, volgens Guinness World Records staat België, buiten de categorie ‘langste regerings­formatie’ ook nog bekend als titelverdediger van het record ‘langste worst’ (3,5km) en ‘langste staart aan een hond’ (76,8cm).

Ach, een regerinkje meer of minder, het maakt geen hol uit. Regeringen genoeg in dit land. Volgens de laatste schattingen zijn het er ongeveer vijf à zes. (Net als bij onze kerncentrales ligt er meestal minstens eentje plat.) Alles blijft toch draaien. De arrogante onverschilligheid is al zo lang wraakroepend dat ze went. Een wereldwijde pandemie is nog niet genoeg om hen wakker te schudden. Zelfs in een noodregering primeert het partijbelang. Als hier morgen aliens binnenvallen, zal de eerste vraag zijn wie welk postje krijgt en wie als een troostprijs naar het parlement van de Planetaire Unie wordt gestuurd. (Die vergaderingen gaan de helft van de tijd door op Mars en de andere helft in Straatsburg, maar geen zorg, er wordt in een royale verplaatsingsvergoeding voorzien.)

Theaters hier op aarde mogen ­amper open, maar dat van de Wetstraat draait op volle toeren. Nadat ‘de drie koningen’ geen wit konijn uit hun nieuwe hoed kregen getoverd – dat konijn zat zich ­elders blind te staren op een abortuslichtbak – is het nu aan de twee keizers om ons een rad voor ogen te draaien. Het eerste wat de kersverse, federale pseudoformateurs De Wever en Magnette deden, was een filmpje maken over het landsbelang van hun opdracht. Niet gericht aan ons, de burgers en financierders van dit spektakel, maar elk aan zijn eigen achterban, om die te sussen. Het is een raadsel wie die achterban nog is, maar het moeten mensen zijn die ze nog voor iets nodig hebben. Hun plakploegen wellicht.

Wie de opiniebijdragen van de voorbije jaren doorneemt, merkt een verdonkering van de toon op. Ik merk het bij mezelf ook. Het is vechten tegen de bierkaai. Zelfs stoïcijnse stemmen als Marc Reynebeau of Ivan De Vadder hoor je nu grommen tussen hun regels door. Bavo Claes ruilde het journaal jaren ­geleden al in voor geloofwaardiger ­fictie. De onkreukbare maagd Martine Tanghe werd tijdens de laatste verkiezingsuitzending zelfs betrapt op haar eerste frons. Een kreukel in Martine Tanghe, dat is als het Lam dat de zegels van de Apocalyps verbreekt. En nog dringt het niet door in de ivoren bubbel der beleidsmakers. Ik bezweer u, als we het record breken op dag 542, zullen die melkmuilen er nog bijstaan met een fles champagne en een grapje voor de foto. Bubbels genoeg overigens, de partijen zelf zijn rijker dan ooit tevoren. Geen corona-troubles daar. Hun schaapjes hebben ze op het droge.

Misschien moeten we de partijuit­keringen maar degressief maken, dan steken we hen wat peper in de reet. Pas op, niet voor ons plezier he, maar voor hun eigen goed. Om hen te begeleiden naar een nieuwe regering. Laat de dotatie voor mijn part negatief worden, als compensatie voor het cynisme dat ze veroorzaken. De vervuiler betaalt, toch?

Wist u dat er in sommige politieke families intussen al ­regeringslozen van de derde generatie bijzitten? Dat las ik op het internet. Ach, het zijn in feite ­lieve knullen hoor, mijnheer. Ze kunnen er niet aan doen. Ze zijn hopeloos ­verslaafd aan particratie. Nultolerantie, dat hebben we nodig!

Doe jullie ding, jongens. Kijk of het jullie nog lukt om dit formatierecord te breken. Dat lijkt de enige manier om nog iets historisch te doen. Maar kom niet huichelen over landsbelang, de ­bevolking of godbetert ‘de mensen’. Laat de volkse grapjes, pseudointellectuele Latijnse spreuken of het stoere borst­geklop achterwege. Verwacht geen applaus als het doek ooit valt. Hier past enkel schaamrood en een staart tussen de benen. Eentje van 76,8 centimeter.


column voor De Standaard, verschenen op 15 juli 2020

Columns, De Standaard | , , | Reacties uitgeschakeld voor Jaartje Zonder
© 2020 - Michael Van Peel