Menu

Iedereen Tsjeef

Wie na de vorige verkiezingen vreesde dat er nu wel eens vijf vette jaren van daadkrachtig politiek beleid zouden kunnen aankomen, mag intussen worden weggezet als een naïeve paniekzaaier. Nu de stemmen zijn gewonnen, worden de idealen terug veilig opgeborgen in de wapenkast, tezamen met de spandoeken waar ze op stonden. Back to business as usual.

Is het inherent aan het politieke systeem, of net aan de menselijkheid ervan? Zit het verweven in het pélouche van politieke zitmeubelen? Na verkiezingen gelden plots andere regels. Die van “het spel”. Voor verandering moet u niet bij de meerderheid zijn. Dat toont zelfs de partij die daar haar slogan van maakte. Niemand haalt het tegen de malende tanden van het systeem, de verpletterende massa van de behoudsgezinde bierkaai.

Natuurlijk, compromis is noodzakelijk bij onderhandelingen. Het (tijdelijk) opzijschuiven van een onafhankelijke Vlaamse republiek in ruil voor regeringsdeelname, is er zo één. Quid pro quo. Het originele standpunt blijft ongewijzigd. Niet zo voor de kleine verschuivingen. Daarbij wordt er aan de initiële mening gesleuteld. Die compromissen worden enkel gesloten met zichzelf. Na deelname aan de meerderheid zijn vroegere, terechte pijnpunten plots niet meer zo acuut: de politieke benoemingen, de partijfinanciering (ach, verworven rechten, nietwaar?), het standpunt ten aanzien van het zelfbeschikkingsrecht van het Palestijnse volk (en hùn onafhankelijke republiek) na de verovering van de Diamantstad. Budgettair overtuigde blarenzitters en harde heelmeesters in besparingen (inspanningen door iedereen!) hanteren plots taboes over bakstenen en bedrijfswagens; pensenkermis van de middenklasse. De N-VA gedraagt zich stilaan (eindelijk?) als elke andere grote partij die aan de leiding staat. Consequentie lijkt een luxe die enkel de stuurlui aan wal zich kunnen permitteren.

Dat is geen verwijt, eerder een observatie. (Oké, een lichtjes verwijtende observatie dan: “Wij doen het anders?” Teute, gerard!) Maar ze kunnen er niet aan doen. De zwakte van het politieke vlees is als een ingegroeide teennagel in het systeem. Het valt gewoon harder op voor een groentje in de meerderheid. En voor een partij die bij voorlopige afwezigheid van een zuil (de werkgeversvakbond VOKA even niet meegerekend) zo hard teerde op een door idealen verenigde achterban. Ooit begonnen als een kleine protestpartij van “het gezond verstand.” Verschopte schenenschoppers in de stijl van Jean-Marie Dedecker. Radicale underdogs vol revolutionaire ambities. En dan gegroeid. Enorm gegroeid. En dus veranderd. Volwassen geworden, misschien? Daarin schuilt een haast romantische tragiek. Net zoals de jonge, idealistische mei ’68-ers zich ontpopten tot gezapige Wall-Street-yuppies, verloren ook de klauwende nationalisten tanden en onschuld. De partij voor wie “assimilatie” van bepaalde groepen zo’n belangrijk punt is, geeft zelf het goede voorbeeld. Ze past zich perfect aan aan de politieke cultuur van de Wetstraat. Misschien wordt dat wel de Laatste Staatshervorming: de partij die de staat wou hervormen, wordt nu zelf hervormd door de Staat.

Ergens is het logisch. Hoe populairder een randbeweging wordt, hoe meer volk er voor en achter de kar loopt, hoe meer gemiddeld, gemilderd en doorsnee ze wordt. Bij definitie. Het is slechts een kwestie van tijd.

Wie weet ligt er zelfs hoop in dat machtige, menselijke mechanisme. Laat IS gerust nog wat in populariteit groeien en je zal zien: ooit houden die nog een familiedag in Planckendael.

Columns, De Morgen | , , | Reacties uitgeschakeld voor Iedereen Tsjeef
© 2019 - Michael Van Peel