Menu

Oud IJzer

Vhere to?
—North Cape.
On thzat zmall tzhing?
—Yes.

Stampend steekt de ferry de Elbe over. Een dikke Duitser op een al even dikke BMW touring lacht mijn oude Vespa, een taaie tweetakt 125cc uit ‘96, vierkant uit. Om zijn spot kracht bij te zetten, begint hij zijn opties te etaleren. “De mijne heeft verwarming, kijk. GPS met touch screen. En een CD-speler.” Boven de scheepsmotoren uit krast een schelle Steppenwolf dat hij geboren is om wild te zijn. “Born to be wild, maar dan wel mét zetelverwarming.”, denk ik bij mezelf, terwijl hij een koffiezet in zijn 12V stekker plugt.

Gelukkig zijn ze in de minderheid. De vastgeroeste weekendcowboys die een korte piston trachten te compenseren met een grote cilinderinhoud en in de antithese van een scooter een gemakkelijke prooi denken te vinden. De meeste motards delen een liefde en nieuwsgierigheid voor alles met een motor en twee of drie wielen. Je herkent ze aan hun veelal versleten vest, eikenhouten grijns en het vriendelijke voetje, wanneer ze vloeiend een met veel te veel bagage overladen Vespa uit de vorige eeuw inhalen.

Onderschat het naaimachientje niet. Het weinig dreigende uiterlijk van een Vespa is geen zwaktebod, maar een understatement. In India en Vietnam doorkruisen ze bergen, jungles en woestijnen. Sommigen zijn de wereld rondgegaan. Die van Giorgio Bettinelli bijvoorbeeld, die een paar exemplaren versleet over 254.000 km. Of de twee PX200’s die de Paris-Dakar rally van 1980 uitreden.

De Vespa is de koppige muilezel onder de lange afstandsreizigers. De schildpad uit de fabel. Ze komt altijd waar ze zijn moet, en haar vastberadenheid is legendarisch. Met een minimum aan bewegende delen, geen ketting en de elektronische complexiteit van een broodrooster, is er dan ook veel minder dat kapot kan gaan. Het enige wat je nodig hebt is een beetje benzine (3 liter in ruil voor 100 km) en veel tijd.

Tijdens mijn studententijd reed ik zelf een oude Vespa Primavera uit ’82 van Siena naar Antwerpen. Via Schotland. Lang verhaal. En dat is net de essentie: “lang verhaal”. Want hoezeer ik ook van motorrijden hou, reizen —echt reizen, lang onderweg zijn, tijd hebben— doe ik nog altijd het liefst per Vespa. Met de motor ben ik agressiever, concentreer ik me op het asfalt, op vloeiende bochten en het rijden van een goede lijn. Ver reizen is ver-tragen. Rustig in de zetel terwijl de wijde wereld onder de wielen voorbij bolt. Niet om zo snel mogelijk te arriveren, maar om zo lang mogelijk onderweg te zijn. Op de motor kijk ik naar de weg, op de Vespa naar de horizon.

De ferry is intussen aangemeerd en laat de brug neer. De Duitser drukt op de startknop maar er gebeurt niets. “Sheiße!” Platte batterij. En geen kickstarter. Zijn blinkende oorlogsfregat is gereduceerd tot 300 kilo roestvrij oud ijzer.

Ik vouw mijn kaart op, stamp alle acht pony’s van mijn naaimachine wakker en laat hem fluitend achter in een wolkje blauwe tweetaktrook. Op naar het hoge Noorden.

Antwerpen-Nordkapp per Vespa, Columns | , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Oud IJzer
© 2019 - Michael Van Peel