Menu

Bluesetteket

Weinig muzikanten stappen het podium op met hun instrument in hun binnenzak.

Haast stiekem. Zo smokkelde Toots de mondharmonica binnen in de jazz scène, en in de harten van miljoenen mensen. Verstopt in zijn zak, als een kwajongen met een muisje.

Met een ontwapenende glimlach en een air van “excusez-moi, ladies en gentlemen, ik kom hier efkes een liedje spelen“, haalt hij de angel van het snobisme uit de jazz. Een ouwe bluesneger met een stem van gekrakeleerd ivoor en een ebbenhouten hart vol deugnieterij.

Talent, hartstocht én speelplezier; het is een onweerstaanbare combinatie. Mijn favoriete muziekmoment ooit komt uit Toots’ 75e verjaardagsconcert, met Kenny Werner op piano en Oscar Castro-Neves op gitaar. Drie ouwe knarren, een paar lampen en wat publiek. Halverwege het concert zit de sfeer goed. Plots speelt Werner een fout akkoord op de piano. Het publiek schrikt. De twee anderen kijken verbaasd in zijn richting. Maar in plaats van te corrigeren en zich excuserend in het stof te wentelen, houdt de benjamin van de drie het akkoord vast en kijkt de twee grijsaards uitdagend aan met een kwajongensblik: “Deal with it!”. Een lichtje twinkelt in Toots’ ogen. “Challenge accepted!” Even gniffelt hij wat op zijn kruk en trekt dan een gloednieuwe melodielijn uit zijn mondorgel die perfect om het nieuwe akkoord heen danst. “Ha, zit het zo?”, zie je de oude Braziliaan rechts denken, “Muiterij! Oké, stelletje piraten, wat denken jullie hiervan?” Hij trekt zijn zessnarige sabel en drijft met een dissonant de twee anderen in een hoek. Die moeten van de aanval plots in de verdediging. Wat volgt is een minutenlang fikfakgevecht tussen drie straatjochies van 70. Het publiek breekt de tent af. En Toots schudt van het lachen. Pure muziek. Pure lol.

Die vleesgeworden binnenpret deelt hij liefdevol met zijn publiek. Met ontzaglijk veel humor in zijn bindteksten én in zijn muziek. Melodieuze geestigheid die je spontaan kan doen lachen. Maar met datzelfde “onnozele” mondharmonicaatje kon hij ook diepe voren ploegen in je ziel. Soms met maar één noot. Jaren geleden luisterde ik in de auto naar een nieuwsbericht over een concert in Carnegie Hall. (Carnegie fucking Hall!) Er klonk een fragment uit het begin van “Ne Me Quitte Pas”. Vijf noten uit een kapot gedraaid nummer in een onnozel nieuwsbericht, waarvan vier dan nog dezelfde. Maar ze kwamen zonder waarschuwing. Met vochtige ogen miste ik mijn afrit op de A12.

Toots is als zijn mondharmonica. Barstensvol breekbare smart én levensvreugde. Je zou hem in je binnenzak willen steken en overal mee naartoe nemen.

Met optreden scheidt hij uit. So be it. Het is goed geweest.

Enjoy the springtime, Mister Toots. Merci beacoup pour tout!

Michael Van Peel
Columns, De Standaard | , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Bluesetteket
© 2020 - Michael Van Peel